galerie
100

Expo van de maand

Tegenstellingen in beeld

Hans Mozer - schilderijen

 

door Aja Waalwijk

Tegenstellingen in beeld

Beeldend kunstenaar Hans Mozer (1958) woont en werkt in de Zeeheldenbuurt en exposeert tot eind mei een dertigtal olieverfschilderijen in Zaal 100: portretten en landschappen van zowel realistische, symbolistische als surrealistische aard. De portretten, die hij in opdracht maakt, zijn in losse toetsen opgezet en kenmerken zich door compositielijnen die kijkrichtingen of bewegingen kracht bijzetten. Vanwege verkoop zijn vooral die van zijn kinderen en kleinkinderen goed vertegenwoordigd; soms gekke bekken trekkend of verwerkt in de marge van een immens schilderij als Sail Amsterdam. Maar er zijn ook werken die zelfs de kunstuitleen niet durft op te hangen, zoals zijn zelfportret met doornenkroon of die met een kogel door het hoofd.

Op het zelfmoordportret ligt de kunstenaar, in 17de-eeuwse kledij, voorovergebogen met bloedende hoofd en gebroken ogen op tafel. Het is een allegorie vol vergankelijkheidssymbolen. Zijn linkerarm reikt tot op de grond, met een nog rokend pistool in de hand. Op tafel een boek, een doodskop, een kaars en een schrijfveer die vlam vat; Mijn vraag is of hij niet bang is dat dit mensen aanzet tot zelfdoding. ‘Ik geloof het niet’, zegt hij, ’Het is grappig bedoeld, maar toont wel een balanceren tussen goed en kwaad, dood en leven’.

Op een van zijn apocalyptische vergezichten vechten gevleugelde engelen en vleugelloze engelen op gevleugelde paarden tegen skeletten en monsters gezeten op reptielen en draken. Dag en nacht staan tegenover elkaar als waren het aartsvijanden. Op het kosmische slagveld eveneens een zelfportret van Hans, nu als engel met brandende vleugels. Ik vraag hem of hij zichzelf als engel ziet of misschien juist niet. Waarom die dualiteit? Hans Mozer: ‘Ik ben geen gelovige maar gebruik de verhalen uit het christendom als illustratief voor abstracte zaken als goed en kwaad. Ik vind het moeilijk de mensheid als goed te omschrijven. Er gebeurt teveel kwaad. Die Bijbelse verhalen betrek ik op het leven en niet op een moment na de dood. Eigenlijk wil ik wel een engel zijn. Ik probeer het goed te doen, maar het lukt niet, soms ben ik duivels’.

Behalve dit soort zware onderwerpen zijn er ook die een totaal andere wereld in beeld brengen. Er is een woeste zee, een schuttersstuk met Frans Banninck Cocq en Willem van Ruytenburgh, omringd door hedendaagse politie-agenten, maar ook ijle figuren in onmogelijke poses en heel humoristisch werk. Vanuit kikvorsperspectief kijkt een koe, vanachter een prikkeldraadhek, met een bek vol gras het beeld uit. Voor het hek staat een paar soldatenschoenen waarop een aantal naakte minimensjes bezig zijn de veters uit de linkerschoen te trekken. Bij de rechterschoen wordt een minimensje dat in de modder is blijven steken, omhoog gehesen door zich aan het uiteinde van een veter vast te houden. Op de voorgrond loopt een van de Lilliputters weg met een schaar onder de armen. Alsof de schaar niet nodig bleek en weer weggebracht wordt. Avonturen met een open eind. Zie ook: http://www.chamoart.nl